P.
Perel en haer eyghenschap, mitsgaders wat leer-stuck voor een bruyt daer uyt te trecken sy, 18.a.
Poppe van een jonge maget den Tempel van Venus toegewijt, en waerom, 23.a.
Priesters dochters uyt-ghehout sijnde en aten niet weer van het offer-vleys, ende reden waerom, 2.4.a.
Pest en diergelijcke besmettelicke siecten en moeten man ende vrouwe niet scheyden, 2.24.a.
Paris een gast wesende in het huys van Menelaus ontschaeckt Helene desselfs gemale, 2.91.b.
Pracht en brocht noyt yemant troost aen, maer wel het tegendeel, 2.94.a.
Pracht vande vrouwen beweecht dickmaels de mans tot onbehoorlick gewin, 2.95.b.
Porceleynen, Veneetsche glasen, ende andere broosen huysraet hoe te hebben, 2.104.b.
Prouve te nemen vande vrouwe aleer haer eenich geheym te openbaren en de maniere om sulx te doen, 2.118.b.
Perse-boom, sijn bladt en vrucht gheduydt tot leere der seden, 2.125.
Philippus van Macedonien wonderlick verlieft op een gheringhe maget, 3.30.
Peyl geset voor den man hoe lange hy met een goet gemoet het geselschap sijner vrouwen ghebruycken mach, 3.34.
Paris waer door eerst op Helene is verlieft geworden, 3.48.
Plato en wilde sijnen knecht niet straffen terwijlen hy gram was, 3.67.
D. Philippus Lansbergius Theologus, Philosophus Astronomus, pater-familias ubique magnus, 3.68.
Phoenix en desselfs lang leven, 4.7.
Phoenix vergeleken met een rechte bedaeghde huys-moeder, 4.21.
Princen ghesontheden te drincken om yemant onder dat decksel tot den dranck te porren is mis-prijselick, 2.82.b.
Philopaemenes, een vande griecksche vorsten, ter plaetsen daer hy ghenoot was voor een knecht aengesien, wort gevercht om hout te klijven, 2.85.b.
Cookies on Poetry Cove