Skip to content
1625

Houwelick

Jacob Cats

M.

Marj noble annoblit la femme roturiere, 2.b.

Met een vryer machmen loven, met een vryster moetmen geven hoe te verstaen, 6.a.

Man moet eer opstaen als de vrouwe, 2.1.a.

Mans die alles begrayen willen, betispt, 2.2.a.

Man en mach gheen vrouwe kleeren dragen noch 2.2.b.

Musijcke vergheleken met het huwelick, 2.15.b.

Maeltijt hoe te schicken, 2.15.b.

Mans vergaren, vrouwen sparen, 2.16.b.

Man moet sijn leven stellen voor sijn vrouwe, 2.23.a.

Man en moet sich niet licht bemoeyen met de pruyltjens vande vrouwen, 2.40.a.

Mans voor-recht bewesen meest uyt alle schepselen, 2.47.a.b.

Man dient de vrouwe soetelick met woorden en weder-woorden te onderhouden, 2.61.a.

Mans die haer vrouwen slaen, 2.64.a.

Mart-ganck, 2.87.a.

Mans en voucht het niet op haeren mont te passen, 2.88.a. item 3.41.

Mans behooren matich in haer kleederen te sijn, om de vrouwen tot ghelijcke deucht te leyden, 2.98.a.

Meysens en knechts hoe te verkiesen en wel bestieren, 2.102.a.

Man die buyten reyst hoe sich draghen moet, 2.108.a.

Man dient de vrouwe in huyselicke saken tot sijnen raet te nemen, 2.115.b.

Mans die geen verstandich wijf en begeeren, tegen-gesproken, 2.116.a.

Moerbesy-boom de wijste van alle boomen, 2.125.b.

Medecijn-kruyden dienen byde vrouwen ghekent ten behouve vant ghesin, 2.126.a.

Mugil een seker visch, gevangen sijnde laet het wijfje sich mede vanghen, 2.131.a.

Mans, of oock van mans beter in alles konnen ghedient worden, als van

vrouwen. 2.131.b.

Mans moeten de vrouwen in sieckten verschoonen, 2.133.a.

Man moet met sijn vrouwe eerbaerlijck ende sonder wulpsheyt versamelen, 3.7.

Man dient matich te sijn inde schuldige goetwillicheyt aende vrouwe te betalen, 3.8.

Mena wat sy, 3.10.

Man moet sich onthouden als de vrouwe in haer kranckheyt is, 3.10.

Man moet gheen dertelheyt bedrijven, sonderlinghe wanneer de vrouwe in twijffel van dragen is, 3.11.

Man dient een vrouwe die sooght soo veel doenlijck is te verschoonen, 3.11.

Man die eerst van sieckte ofte wonde genesen is, moet sich onthouden van de vrouwe soo lief hy sijn leven heeft, 3.11.

Man die beschoncken is behoort sich vande vrouwe t'outhouden, so om de vrucht, als om sich selven, 3.12.

Man die gram, drouvich, ofte andersins beroert is, en dient in dien stant geen kinderen te teelen, 3.13.

Man andere dingen inden sin hebbende als hy het werck des huwelicx doet, krijght veeltijts plompe ofte onbequame kinderen, 3.14.

Moeder te sijn en is niet alle tijt sodanigen vreucht als gemeent wort, 3.21.

Maeght van twintich, man van dertich jaer, sijn recht bequaemst om kinderen te teelen ende hoe lange, 3.22.

Minne-drancken van wat kracht, en of het geoorloft is die te ghebruycken, 3.29.

Minne-drancken hebben veel mannen ten hoochsten schadelic geweest, 3.30.

Minne-dranck welcke de beste, 3.32.

Messen elders wetten om t'huys te gaen eten, 3.33.

Man wanneer het gebruyck sijner vrouwen recht geoorloft is, 3.34.

Man hoe lange het werck des huwelicx met een goet ghemoet doen mach, 3.34.

Man moet de lusten vande swanghere vrouwen gunstich sijn, 3.39.

Marcus Aurelius te strenghe over sijn swangere gemale, 3.39.

Mans die haer vreughde aen den dorpel af-stooten mis-presen, 3.42.

Moeders behooren alle vlijt aen te wenden om haer kinderen selfs te soogen, 3.43.

De moeder wort kleynicheyt aenghedaen als de vader buyten de selve een voester begheert voor sijn kint, en de redenen waerom, 3.47.

Moeder hoe langhe de kinders onder haer beleyt hebben moet, 3.58.

Mans wille moet de sleutel sijn van der vrouwen lywaet-kassen, 2.92.b.

Man en vrouwe malcanderen haer goederen maeckende, door moeyelicke aenradinge, afgeraden, 4.34.

Man of by testamente aen sijn weduwe het her-trouwen behoort te beletten, 4.36.

Man en vrouwe te veel makende aende

langst-levende, 4.37.

Mans verloopen sich in overdaet vanden dranck ghelijck de vrouwen inden overvloet vande spijse int beleyden van maeltijden, 2.82.a.

Man en vrouwe van outs ghewoon in een graf begraven te worden, en waerom? 4.45.

Man by een weduwe te verkiesen hoedanich syn moet, 4.61.

Man met kinders overladen niet licht aen te slaen by een jonghe weduwe die selfs noch kinderen krijgen kan, 4.62.

Man die kinders genouch heeft of behoort te her-trouwen, 4.63.

Moedicheyt der vrouwen veroorsaeckt moeyelickheyt inde huys-houdinghe, 4.69.

Mans en vrouwen van oude jaren en dienen niet licht te her-trouwen, 4.72.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Houwelick · Jacob Cats · Poetry Cove