B.
Bedenckinghe die een toe-comende bruyt behoort te hebben, 3.b
Bella moglie mai senza doglie, 4.a.
Bruyts lijwaet ende desselfs beduydinghe, 22.a
Bruyt hoe haer te dragen, 22.a.b
Bruyloft een mart vande onghehoude, 22.a
Bruyts ghedachten hoedanich wesen moeten 22.b
Bruyts gunste over den bruydegom hoe verre gaen mach, 25.b
Bruydegom wat macht over de bruyt heeft, 26.a
Bruyt ghetrout ende niet beslapen of voor vrouwe gerekent wort, 28.a
Bruyt wat aenden bruydegom vermach te weygeren ende hoe langhe 28.b
Bruyloft-feest hoedanich de beste 29.a
Beduydinghe opte kroonen vande bruyt, 30.b
Bruyts hof wat beduyt, en waer van gesproten, 32.a
Bruyt als met gewelt en tegen danck in haer kamer ghebracht waer van sijn oorspronck heeft, 33.a
By-een-komste van bruyt ende bruydegom, 33.b
Bedenckinghe tot troost vande vrouwen indiense van haren man gheslagen worden, 2.67.b
Bedaechde huys-moeder wat behulp haren man kan doen, 4.27
Bedenckinge hoedanich een out mensche behoort te wesen, 4.40
Begravenisse vande vrouwe moet sijn in het graf van haren man ten sy de selve anders by uyterste wille heeft gelast, 4.45
Bruyt heeft naer den tweeden nacht dicker hals, en waerom 2.1.a
Begintselen sijn moeyelick, 2.12.b
Behulp-middelen om niet gram te worden, 2.26.b
Behulp-middelen om alsmen gram is gheworden de gramschap te konnen betoomen, 2.29.b
Behulp-middelen om een sedich en stil gemoet te becomen, 2.34.a
Boomen en dierghelijcke gewassen erkennen het mannelick voor-recht, 2.51.a
Bonne vie, pere & mere oublie Frans spreecwoort, 2.59.b
Borgen ende te borge te koopen inde huys-houdinge misprijselick, 2.101.a
Boden ende bericht opte selve 2.102
Buyten reysen, 2.109.a.b
Buytens huys te sijn en veel te reysen sorgelick voor maechden en vrouwen, 2.111.a
Behulp-middelen teghens yver-sucht, 2.114.a
Boucken die dertel sijn voor vrouwen te mijden, 2.122.a
Beesten die aende menschen gheneeskruyden gheopenbaert hebben, 2. 126.b
Buylen die de kinderen vallen te ghenesen, 2.128.b
Buyckloop te stremmen, 2.128.b
Brant te genesen ibid.
Blancketsel verboden, 2.130.a
Belarminus meynt dat mans van mans best ghedient konnen worden in alles, het kinder-teelen alleen uytgesondert, 2.131.b
By-wooninghe van man en vrouwe of sondich is, 3.16
Bequaemste tijt tot kinder-teelinghe welcke sy? 3.22
Boesems en borsten en sijn de vrouwen van Gode niet ghegheven alleen tot ciersel van het lijf, maer om haer vrucht te soogen, 3.43
Beschrijvinghe van een goet voesterwijf, 3.57
Borsten van een goet voester-wijf hoedanich, 3.58
Bedenckinghe die te hebben is by yemant die sijn kinders straft. 3.68
Boomen van lang leven verre boven de menschen, 3.7.
Boucken ende de groote genegentheyt tot de selve dient bepaelt met tijt en plaetse ten goede van een vriendelicke huys-vrouwe, 2.60.a
Het bedde is de ghenees-plaetse vande oneenicheyt, ende daerom en dienen daer noyt woorden ghemaeckt tusschen man ende vrouwe als in vrienschap, 2.63.a
Cookies on Poetry Cove