Skip to content
1883

Gedichten

J.A. Laet

IV.

U, Dichtren, werd van God de reuzentaak gegeven, Het koude, bleeke lijk des volks te doen herleven,

En, als de Zone Gods den Lazarus weleer, Het veege Belgenland den zweetdoek af te rukken. Het weêr een gloênde ziel in 't ijzig lijf te drukken, Opdat het als voorheen nog lauwren moge plukken En krijgen zijnen stoet van heldenzonen weêr! o Broedren! deze taak is groot. Zij eischt de krachten Van Godestolken met des Heeren geest bezield. Gij, Zangren, gij kunt nooit ten loon van uw gedachten Iets dan verloochening en dan bespotting wachten Van 't volk dat voor uw schreên gedachtloos henenkrielt; Als Mozes zult ge door de woestenijen trekken Om met uw Israël 't beloofde land te ontdekken: Doch nimmer zal uw voet den heilgen boôm betreên... Uw loon is elders. - Eens zult gij van de aard' verdwijnen En, Barden, zal uw naam aan hooger transen schijnen, En glansen als de troon waar Eljas op verdween. .................... ....................

1838.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten · J.A. Laet · Poetry Cove