Skip to content
1883

Gedichten

J.A. Laet

II

Zeg mij, o Belgenland! wat vergt ge van uw Barden, Wat vraagt ge uw' Zangren tot uw lust? - Dat zij bij heldenzang, bij minnetoon volharden Nu gij 't onedel spoor van vreemde stappen kust? o Verg dan van den zoon dat hij op harpenkoorde De ontaarde moeder zing', die godloos in het bed Des bo ls die zijnen vader moordde, Met vuige dartelheid zijn blanken naam besmet! - Neen! nimmer zal mijn' hand, hoe fel ook 't hart mocht jagen Een minnetoon de snaar der harpe doen ontvliên, Moet ik mijn v edsterland van vrijer kinderdagen, Bij vreemde dwinglandij vernederd treuren zien! - o Mocht mijn brandend vers uw koude borst doen gloeien, Verbasterd nakroost van den Vlaamschen godenstam, Verbraakt ge als 't voorgeslacht uw kluisters en uw boeien, Ontvonkte eens in uw' ziel de zuivre hemelvlam, Dan riep der vaadren roem geen blos meer op uw wangen Ontmande jonglingschap, gerijpt voor slavernij, Dan zou geen Vlaam zijn wet uit vreemden mond ontvangen, En stemde uw harpenaar zijn zangen vrij en blij!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten · J.A. Laet · Poetry Cove