Aanteekeningen. V. 214-215. Tegenstelling, ontleend aan Bilderdijks Geestenwareld, Affodillen, I, bl. 14. V. 217, 2e. helft, tot 226, v. 230, 231, 2e. helft met 232 zijn van Bilderdijk-zelven en genomen uit zijn zoo even genoemd dichtwerk, bl. 15, 16. V. 243-248. Zie des Auteurs Drie Gedichten (1844), bl. 3-8.
V. 291-292. Marnix, Heer van Sint Aldegonde, auteur van het schimpschrift de Byencorf der H. Roomscher Kercken, van het Compromis der Edelen, en van den schoonen text van 't Wilhelmus; de melodie van dit laatste was een jachtlied der Fransche Koningen. Zie de Gedichten uit de verschillende tijdperken, I, bl. 235. V. 293-298. Graaf Floris V van Holland en Hertog Jan I van Brabant. Zie over den eerste het opstel Twee Hollandsche Graven in den Gids, 1852, I, bl. 437; over den laatste Palet en Harp (1849), bl. 111. V. 300-302. Oranjes vier broeders: Graaf Jan, uit wien ons Koningshuis stamt; Lodewijk; Adolf; Hendrik. Over de Haymijns- of Heemskinderen zie Karolingische Verhalen (1851). ‘Deugd’ in V. 301 is in den zin van het oude virtus te verstaan. V. 314-316. De aristokratische en monarchistische richting, veelal in de form van Statenpartij en Princenpartij, op 't gebied van Staats-, Godsdienst-, Burger- ja, Letterleven, na Philips' afzwering, in onverpoosden strijd te-rug te vinden.
V. 317-322. Den 20n. van Wijnmaand, 1653, had Vondels huldiging door de Amsterdamsche schilders, op St. Joris-Doelen, plaats. V. 349-350. Karel de Eenvoudige. Zie het stukjen, get.: Giftbrief van Koning Karel aan zijn getrouwen Diederik (1849). V. 361-364. Amstels aristokratio heeft hem geen zuil willen wijden - onzen Koning Willem den Tweede namelijk. De Amsterdamsche Kommissie heeft haar stilzwijgend met het volk gesloten kontrakt niet gestand gedaan. Zij heeft geld gevraagd, en ontvangen, zonder bij de aanvrage 't geval mogelijk te stellen, dat het geld te-rug-gegeven zou moeten worden. Toen er f 12,000 bij-een was, aan bijdragen en inschrijvingen, keurde de Kommissie het monument, dat voor die som gemaakt kon worden, harer onwaardig, en verklaarde dat zij zich ontbond en dat zij de bijdragen, waarvan de oorsprong niet kon bewezen worden, in de Stads-Armenkas zoû storten, d.i. er eene bestemming aan geven strijdig met het verlangen der bijdragers, strijdig met de taak, waartoe zij zich bij openbare aankondiging verbonden had. En men zoû voor f 12,000 een zoo schoon monumentjen hebben kunnen vervaardigen en plaatsen het op het Amsterdamsche Koningsplein. Zoo hadde die naam van ‘Koningsplein’ eene sprekende en treffende beteekenis verkregen. Dat plein droeg nu eenmaal dien naam. Die naam uit den mond des volks ware kostelijker offer aan de nagedachtenis van onzen Willem II geweest dan met een tonne gouds gekocht kon worden.
V. 440. Aagte - de H. Agatha, maagd en martelaresse, geb. op Sicilië, † 251. Ursulamet vele andere maagden uit Brittannië omtrent Keulen gemarteld in de Ve eeuw. Vondels treurspel der Maeghden is aan de H. Ursula en hare gezellinnen gewijd. V. 519. ‘Mijn hart heeft ten allen tijde warm voor de Moederkerk geslagen.’ Bilderdijk, Een Protestant aan zijne Medeprotestanten (1816), bl. 1. V. 520-521. Zie de Dertiend'-half deelen der Geschiedenis des Vaderlands van Bilderdijk, doorloopend. V. 525-526. Aldaar, Dl. V. bl. 94.
V. 635-636. Bilderdijk, Krekelzangen, I, 158. V. 643-654, 655-666, 667-672 zijn ontleend aan Hollands Verlossing door Bilderdijk, Afscheid (1, bl. 89-93).
Cookies on Poetry Cove