Toezang.
Wees wellekoom, gezegent Kint.
Wy onderdanen, groeten u
Voor onzen Godt en koning,
Van Godt en engelen bemint.
O troost voor Adams kindren! nu
Met u in t' zamenwoning.
Aertsstichter van verbont en pais,
Voor wien 't al knielt en buigt en beeft,
Wat zullen we u vergelden,
Nu gy uw hemelsch ryxpalais,
Daer eeuwge vreugt en blyschap leeft,
Van tong noch pen te melden,
Uit liefde tot uw volk, verlaet?
Oprechte liefde ontziet geen quaet,