V.
Die 't heil, waaruit wij troost ontfangen,
Geloovig zoeken, eeren God:
Die, 't geen zij bidden, niet verlangen,
Die drijven met Gods gunst den spot.
Die daaglijks God zijn trouw durft zweeren,
En straks vergeet, wat hij bezwoor,
Die durft de Alwetendheid onteeren,
En wagte nooit bij God gehoor.