XXII.
Och! als ik, Heer, om mijne zonden beve, Dat dan uw kruis mij weder ruste geve! Och! dat mij ook, als ik den doodsangst lijde, Uw kruis verblijde!
LIJST der DIGTSTUKJES. Bij sommigen van welken de wijzen gevoegd zijn, waar op zij gemaakt zijn.
Bladzijde
I. voornemen des harten. 1
op de wijze: Pensez vous jeune Lizette.
II. de geschuwde mensch, door god gezogt. 3
III. het vrijwillige offer. 8
IV. het bedervende kind aan de voeten van zijn vader. 9
V. de rijke bedelaar. 12
VI. de vrolijke reiziger. 16
VII. zielszugt om jesus te beminnen. 20
VIII. stroomspiegel. 25
IX. dagelijksche les. 28
X. vroomharts klagt. 29
De klagt zelf kan in Coupletten afgedeeld en gezongen worden, gelijk dat van Schutte D. II. bl. 35.
XI. de verhooringe der gebeden. 33
op de wijze van den XXXVIII. Psalm.
XII. klagt wegens gebrek aan, en bede om wasdom in de genade. 37
XIII. treurige erinnering en blijmoedige vertroosting. 42
XIV. beschouwing van de sneeu. 49
XV. god erkend voor vader. 54
op de wijze van Mijn God en Heer bij Voet, D. I. bl. 265.
XVI. zielszugt om eene eere van christus te zijn. 57
XVII. zaligst genoegen in jesus gemeenschap, na 't gebruik van 't h. nagtmaal. 61
op de wijze, Waar is mijn Bruidegom, zie Schutte D. I bl. 115.
XVIII. de betrekking op christus, een pleitgrond om heiligende genade. 65
XIX. de genadige belooning der goede werken. 68
XX. inval op de bloesem. 73
XXI. de heilige geest, de trooster der treurigen. 74
XXII. zielszugt om de bewerking des h. geestes. 77
XXIII. boetzang eener wederkeerende ziele. 81
op de wijze van Schutte, o Bron van mijn leven. D. I. bl. 97.
XXIV. de droevige inwooninge in het vleesch. 84
XXV. opwekking tot boetvaardigheid, bij gelegenheid van den bededag. 85
XXVI. de noodzaaklijkheid van jesus voorbede; bij dezelfde gelegenheid. 86
Op de wijze, Hoe schoon licht ons de morgenster.
XXVII. het geloovig wederkeeren. 88
XXVIII. wiegezang. 93
XXIX. tweespraak tusschen immanuël, en een afgedwaalde ziele. 97
XXX. de school van jesus. 104
XXXI. het is volbragt. 107
op de wijze, o Minnelijkste Emanuël! van Lodestein.
XXXII. jesus roepstem tot eene afgedwaalde ziele. 111
XXXIII. eenzame wandeling, veldzang. 118
XXXIV. de zalige dood van de jonge kinderen der geloovigen. 127
XXXV. vrolijk leven. 133
XXXVI. opwekking aan de godzoekende jeugd. 135
XXXVII. het vergenoegen. 143
XXXVIII. damon, de heilige blijdschap. 150
XXXIX. bemoediging tegen zorgvuldigheid. 154
op de wijze van den XXXVIII. Psalm.
XL. de vijand afgewezen. 159
XLI. de voortreffelijkheid van gods heilig woord. 163
op de wijze van Voet, Mijn God en Heer.
XLII. een geloovig israëliet in beschouwing van het avondoffer. 167
XLIII. jesus de rijke liefde. 169
XLIV. de eenheid der geloovigen. 175
XLV. de ontwaakte. 177
XLVI. de afgedwaalde. 179
XLVII. de euangelieweg, veldzang, godelief en vroomhart. 183
XLVIII. zugt om bedagtzaamheid. 197
XLIX. heilzame bespiegeling. 201
L. jesus menschenliefde. 206
LI. kinderzang. 210
LII. nederland gebogen voor gods troon, bij gelegenheid van den plegtigen bededag. 212
LIII. de goddelijke bevrijding van dreigende overstroomingen, dankend en biddend gevierd. 219
LIV. eenzame overdenking, bij het eindigen van den bededag. 225
LV. de klagende voorbidders voor het vaderland. 232
LVI. geloofsbegeerte, wekzang. Op dezelfde wijze als N. XLI. 235
LVII. de vrijmoedige avondmaalganger. 238
LVIII. gezegende egtvereeniging. 241
LIX. de vrijheid van een christen. 246
LX. de blijdschap van een christen. 250
LXI. dagelijksche dankstof. 253
LXII. de dankbaarheid van een christen. 254
LXIII. kinderlijk gebed om heiligmakende genade. 257
LXIV. roemtaal van een stervend christen. 262
op de wijze van Schutte o Bron van mijn leven.
LXV. tweespraak tusschen vroomhart, en waarmond. 265
LXVI. beschouwing van het englenheir in bethlehems velden. 275
LXVII. bemoediging in treurigheid. 281
LXVIII. de zee. 285
LXIX. een christen in voorspoed. 293Deze liederen uit Gellert zijn in dezelfde voetmaat, als de oorspronkelijke; en dus kan ook tot dezelve de muziek van bach gebruikt worden.
LXX. de onderwerping. 295
LXXI. avondlied. veldzang. 298
LXXII. * * * 302
LXXIII. * * * 303
LXXIV. 's menschen lot. 304
LXXV. blij vooruitzigt. 306
LXXVI. het grafschrift van een christen. 311
LXXVII. de beste keus. 312
LXXVIII. op de overwinning door de nederlandsche vloot op die der engelschen, behaald den 5. augustus 1781. Op de wijze van den CXVIII. Psalm. 313
uit gellert.
LXXIX. bede. 319
LXXX. het bidden. 321
LXXXI. algemeene bede. 329
LXXXII. morgenlied. 333
LXXXIII. zelfbeproeving, avondzang. 337
LXXXIV. eerste avondlied. 340
LXXXV. tweede avondlied. 342
LXXXVI. danklied. 344
LXXXVII. eerste kerslied. 348
LXXXVIII. tweede kerslied. 35
LXXXIX. op het nieuwe jaar. 354
XC. kruiszang. 357
Cookies on Poetry Cove