Skip to content
1782

Proeve van stichtelijke mengel-poëzij. Derde Stukjen

Hieronymus Alphen

XXII.

Och! als ik, Heer, om mijne zonden beve, Dat dan uw kruis mij weder ruste geve! Och! dat mij ook, als ik den doodsangst lijde, Uw kruis verblijde!

LIJST der DIGTSTUKJES. Bij sommigen van welken de wijzen gevoegd zijn, waar op zij gemaakt zijn.

Bladzijde

I. voornemen des harten. 1

op de wijze: Pensez vous jeune Lizette.

II. de geschuwde mensch, door god gezogt. 3

III. het vrijwillige offer. 8

IV. het bedervende kind aan de voeten van zijn vader. 9

V. de rijke bedelaar. 12

VI. de vrolijke reiziger. 16

VII. zielszugt om jesus te beminnen. 20

VIII. stroomspiegel. 25

IX. dagelijksche les. 28

X. vroomharts klagt. 29

De klagt zelf kan in Coupletten afgedeeld en gezongen worden, gelijk dat van Schutte D. II. bl. 35.

XI. de verhooringe der gebeden. 33

op de wijze van den XXXVIII. Psalm.

XII. klagt wegens gebrek aan, en bede om wasdom in de genade. 37

XIII. treurige erinnering en blijmoedige vertroosting. 42

XIV. beschouwing van de sneeu. 49

XV. god erkend voor vader. 54

op de wijze van Mijn God en Heer bij Voet, D. I. bl. 265.

XVI. zielszugt om eene eere van christus te zijn. 57

XVII. zaligst genoegen in jesus gemeenschap, na 't gebruik van 't h. nagtmaal. 61

op de wijze, Waar is mijn Bruidegom, zie Schutte D. I bl. 115.

XVIII. de betrekking op christus, een pleitgrond om heiligende genade. 65

XIX. de genadige belooning der goede werken. 68

XX. inval op de bloesem. 73

XXI. de heilige geest, de trooster der treurigen. 74

XXII. zielszugt om de bewerking des h. geestes. 77

XXIII. boetzang eener wederkeerende ziele. 81

op de wijze van Schutte, o Bron van mijn leven. D. I. bl. 97.

XXIV. de droevige inwooninge in het vleesch. 84

XXV. opwekking tot boetvaardigheid, bij gelegenheid van den bededag. 85

XXVI. de noodzaaklijkheid van jesus voorbede; bij dezelfde gelegenheid. 86

Op de wijze, Hoe schoon licht ons de morgenster.

XXVII. het geloovig wederkeeren. 88

XXVIII. wiegezang. 93

XXIX. tweespraak tusschen immanuël, en een afgedwaalde ziele. 97

XXX. de school van jesus. 104

XXXI. het is volbragt. 107

op de wijze, o Minnelijkste Emanuël! van Lodestein.

XXXII. jesus roepstem tot eene afgedwaalde ziele. 111

XXXIII. eenzame wandeling, veldzang. 118

XXXIV. de zalige dood van de jonge kinderen der geloovigen. 127

XXXV. vrolijk leven. 133

XXXVI. opwekking aan de godzoekende jeugd. 135

XXXVII. het vergenoegen. 143

XXXVIII. damon, de heilige blijdschap. 150

XXXIX. bemoediging tegen zorgvuldigheid. 154

op de wijze van den XXXVIII. Psalm.

XL. de vijand afgewezen. 159

XLI. de voortreffelijkheid van gods heilig woord. 163

op de wijze van Voet, Mijn God en Heer.

XLII. een geloovig israëliet in beschouwing van het avondoffer. 167

XLIII. jesus de rijke liefde. 169

XLIV. de eenheid der geloovigen. 175

XLV. de ontwaakte. 177

XLVI. de afgedwaalde. 179

XLVII. de euangelieweg, veldzang, godelief en vroomhart. 183

XLVIII. zugt om bedagtzaamheid. 197

XLIX. heilzame bespiegeling. 201

L. jesus menschenliefde. 206

LI. kinderzang. 210

LII. nederland gebogen voor gods troon, bij gelegenheid van den plegtigen bededag. 212

LIII. de goddelijke bevrijding van dreigende overstroomingen, dankend en biddend gevierd. 219

LIV. eenzame overdenking, bij het eindigen van den bededag. 225

LV. de klagende voorbidders voor het vaderland. 232

LVI. geloofsbegeerte, wekzang. Op dezelfde wijze als N. XLI. 235

LVII. de vrijmoedige avondmaalganger. 238

LVIII. gezegende egtvereeniging. 241

LIX. de vrijheid van een christen. 246

LX. de blijdschap van een christen. 250

LXI. dagelijksche dankstof. 253

LXII. de dankbaarheid van een christen. 254

LXIII. kinderlijk gebed om heiligmakende genade. 257

LXIV. roemtaal van een stervend christen. 262

op de wijze van Schutte o Bron van mijn leven.

LXV. tweespraak tusschen vroomhart, en waarmond. 265

LXVI. beschouwing van het englenheir in bethlehems velden. 275

LXVII. bemoediging in treurigheid. 281

LXVIII. de zee. 285

LXIX. een christen in voorspoed. 293Deze liederen uit Gellert zijn in dezelfde voetmaat, als de oorspronkelijke; en dus kan ook tot dezelve de muziek van bach gebruikt worden.

LXX. de onderwerping. 295

LXXI. avondlied. veldzang. 298

LXXII. * * * 302

LXXIII. * * * 303

LXXIV. 's menschen lot. 304

LXXV. blij vooruitzigt. 306

LXXVI. het grafschrift van een christen. 311

LXXVII. de beste keus. 312

LXXVIII. op de overwinning door de nederlandsche vloot op die der engelschen, behaald den 5. augustus 1781. Op de wijze van den CXVIII. Psalm. 313

uit gellert.

LXXIX. bede. 319

LXXX. het bidden. 321

LXXXI. algemeene bede. 329

LXXXII. morgenlied. 333

LXXXIII. zelfbeproeving, avondzang. 337

LXXXIV. eerste avondlied. 340

LXXXV. tweede avondlied. 342

LXXXVI. danklied. 344

LXXXVII. eerste kerslied. 348

LXXXVIII. tweede kerslied. 35

LXXXIX. op het nieuwe jaar. 354

XC. kruiszang. 357

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.