Pause.
6. Laat sulke, die in kruys, en lyden, leeven, Sig welgetroost in Uwen wille geeven! Haar ziel' met weldoen leggend' in Uw hand: Gy maakt den mensch door Uwe tucht wel kleiner, Doch door die loutering, van vlekken reiner, Tot dat men syn sal in een zael'gen stand!
7. Syn 't Zielen, die vol vrees' nog 't heyl verbeiden, Wilt naar Uw' goedheid die ter ruste leiden, Maak die bedroefden van hun heyl gewis! Op dat se dus getroost, geloovig, stille, Sagtmoedig, en geboogen naar Uw wille, Met blydschap doen, wat U behaaglyk is!
8. Laat ik, ook nog, voor U, als neder-leggen Desulke, die ik somtyds hoore seggen, Dat ik voor hun het goede van U smeek'! Ik breng se voor Uw' Voeten aller-wegen! Schenk aan die, die oprecht syn, eenen zegen Dat hun niets, van 't geen noodig is, ontbreek'.
9. Is 't dat sy, door verwerring, mochten kwynen, Wilt met Uw Licht eens aan hunn' Ziel verschynen Verblydt die Zions-treur'gen in 't gemeen: Is 't dat se traag syn, wilt se wêer opwekken! En die nog verre syn, eens magtig trekken, Op dat se met Uw erfdeel worden eên!
10. ô JESUS! die se hebt so duur verworven, Toen G'aan het hout des Kruyces syt gestorven, Voeg meer en meer Uw volk, door liefd', tot een; En houd' ons vast, soo lang' w' op aarde leeven, En dus, als in een wildernisse, sweeven, Dat niemand onser los sy, of alleen!
11. Doet ons dan eind'lyk eens met alle vroomen, Daar boven in de Lucht1 Thess. IV.17., te zaamen komen; Op dat we rein, ja dat we vlekkeloos, Eens moogen staen, voor Uwen throon bestendig! En, door uw' Geest geheel vernieuwt inwendig, Volmaakt vereenigt blyven voor altoos!
Cookies on Poetry Cove