Pause.
8
Aanvaard' myn herte! 't wil sig geeven
Voor eeuwig U ten eigendom:
Ik wil my self niet langer leeven,
Dies bidd' ik, Heere JESUS, kom!
9.
Neem my geheel voor U ten eigen:
Uw welbehagen my regeer'!
Uw' kracht doe alles in my neigen,
Het valle voor Uw' voeten neer!
10.
Verbreek in my het eigen-leeven,
Ik geef het als in Uw gericht:
Och! dat ook 't minste teegenstreeven,
Verteere voor Uw aangesicht!
11.
Wilt uwen ThroonEzech. XLIII.7. in my bereiden,
Kom met Uw' goeden Geest tot my!
Uw OOG, en HAND my voorts geleiden!
O! dat ik gantsch de Uwe sy!
12.
U toch alleen, behoort die Wooning:
Vercier s' eens soo met heiligheid;
Dat s' aan U, als haar HEER, en KONING,
Ter wooning sy in d' eeuwigheid!