O.
O hartenwee, o damp, o plaagen.
9
O krachtig gelt, Gy maakt een held.
54
O schoone wilt niet vlugten, Volmaakte.
111
O Koelewyn, Gy medesyn.
137
O Bachus, wilt ons doch vermaaken.
139
Onnoemlyk is de vreugd, daar twee vereenen.
142
Onlangs ging ik uit jaagen.
152
O zoete en aangenaamen nacht.
164
O Bolle Bachus, Die myn hart verwon.
174
Onlangs geleên, zag 'k in een dal vol.
199
O hartenleet, O droef heit zonder maat.
212
Om te zien of ik u beminne.
253
O ramp, o zielsverdriet, Nu is 't met.
263
O droef heit groot, O zwaaren noot.
271
Op kusjes, kneepjes, wenkjes, lonkjes.
288
O Liesde, wat heb ik misdreeven.
315
O zoete nacht, kost g' in eeuwigheit duuren.
342
O Goon bepaalt myn wil.
346
O zoete kitteling.
347