Skip to content
1656

Davids psalmen

Henrick Bruno

j. Pause. 4De Heer is grootelicks geducht in d'heyl'ge raedt, En vreeslick, boven all' de schaer die om Hem staet. O Heere, Heere Godt van alle heyren-krachten, Wie is' er doch, als Gy, so groot van macht te achten? Groot-machtig zijt Gij, Heer, en Uw' waerachtigheden, En Uw' getrouwigheyt is rondtom Uwe eeden.

5Gy heerscht, Heer, over 't meyr haer opgebla-

senheydt; Als sy haer' golven heft, werdt van U neêr-geleydt. Gy hebt den Rahab, Heer, verbrijselt, en verslagen; Uw' stercke arm verstroyt haer die U haet toe-dragen. De hemel, Heer, is Uw' en Uw' is oock de aerde, En 's wereldts volheydt, die Gy in haer grondt vergaerde.

6Het Noorden en het Zuyd', hebt Gy geschapen, Heer; En Thabor, Hermon, juycht tot Uwes Namen eer. Gy hebt een arm met macht, en sterck zijn Uwe handen, Uw' rechter-handt is hoog verheven in de landen. Uw's throonen vastigheydt is 't recht, en het gerichte; De goedtheyt, waerheyt, gaen heen voor Uw' aengesichte.

7Wel-salig is het volck, het welck tot U sich wendt, Het welcke het geklanck voor U, ô Heere, kent; 't Sal in Uw's aenschijns licht gaen wand'len t'allen

tijden; 't Sal sich den gantschen dag in Uwen Naem verblijden. 't Sal, allerhoogste Godt, door Uw' gerechtigheden Verhoogt zijn, en verheugt met blijdtschap en met vreden.

8Want Gy zijt d'heerlickheydt van hare sterckte, Heer; Door U wert onse hoorn verhoogt, en onse eer Werdt grootelicks verheft, door U goet wel-behagen; Want van den hemel is het schilt het welk' wy dragen, En onse Koning, daer wy vredig onder leven, Is ons uyt d'Heyligen van Israël gegeven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Henrick Bruno · Poetry Cove