L.
LOoft Godt, want Hy is goediglick.106
Looft alle Heydenen den Heer.117
Looft de Heer, want Hy is goedt.136
Langs Babels stroom, langs haer rivieren heenen.137
Looft Godt, want onse Godt te singen.147
Looft en segt roem van Godt de Heer.148
Laet van Godt zijn lof geseydt.150