M.
MYne ziel' singt tot U, Heere.25
Mijn Heer, mijn Godt; doet recht.26
Mijn hert geeft reden op, en goede saecken.45
Mijn ziel is immers stil tot Godt.62
Mijne stemm' is op-geheven.77
Mijn' ziele, looft den Heer en wilt Hem prijsen.103
Mijn' ziele, maeckt u op, en looft den Heer.104
Mijn Godt, ick sal U, die Gy Koning zijt.145