Skip to content
1656

Davids psalmen

Henrick Bruno

vj. Pause. 26In het Egypten-landt sloeg Sijne toren Al 't gene dat daer in was 't eerst-geboren', De eerstelingen en 't begin der krachten, In tenten Chams ging Hy ter neder slachten. Als schapen heeft de Heer Sijn volck geweydt, En in woestijnen, als een kudd', geleydt.

27Ia seecker leydde Hy haer buyten schromen; Haer vyandt was in zee doch omgekomen; En Hy heeft haer gebracht tot aen de steden, En palen van Sijns landts geheyligtheden, En tot aen desen berg, die Hy haer geeft,

En die Sijn' rechter-handt verkregen heeft.

28En heeft het Heydens zaedt voor haer verdreven, En heeft het snoer haers erfs aen haer gegeven. En Israel deed' Hy haer tent bewoonen. Maer sy versochten, met een bitter hoonen, Den allerhoogsten Godt; 't getuygenis En hielden sy niet, 't welck Sijn voor-schrift is.

29En, als haer' vaders, zijn sy afgeweecken, En handelden met seer trouwloose treecken. Als bogen des bedrogs zijn sy bevonden, En sy vertoornden Godt door hoogtens sonden, En sy verweckten Hem tot yv'righeydt, Door hare beelden, van haer toebereydt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Henrick Bruno · Poetry Cove