Skip to content
1656

Davids psalmen

Henrick Bruno

ij. Pause. 10Doch ick sal hopen t'allen tijden, En sal U loven gaen Meer dan ick heb gedaen. Mijn' mondt sal van Uw' recht belijden; Uw' heyl altijdt verhalen, Al weet' ick geen getalen.

11'k Sal henen gaen in mogentheden Des Heeren, 's Heeren kracht Sal zijn van my bedacht; Ick sal all' Uw' gerechtigheden Vermelden, Gy sult wesen Alleen van my gepresen.

12Gy leerde my van jongs op, Heere, Van mijner jeuget aen: Ick doe als noch verstaen

Uw' wonderen, ô Godt, en eere. Wilt daerom my bewaren In oude grijsheydts jaren.

13Tot dat ick allen, die nu leven, En all' het zaedt van haer, Uw' arm, Uw'macht verklaer'. Oock is Uw' recht in 't hoog' verheven, Gy die door Uw' genaden Deedt groote wonder-daden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Henrick Bruno · Poetry Cove