Skip to content
1656

Davids psalmen

Henrick Bruno

W.

WEl-salig is de man, die niet en gaet.1 Wat-woedt het aerderijck, met een wrevel-moedt?2 Wanneer ick roep', verhoort mijn smeecken.4 Wie is 't, ô lieffelicke Heer.15 Wilt, Heere, de gerechtigheydt.17 Waerom verliet Gy my, mijn Godt en Heer?22 Wel hem, by wien sijn' sond, by hem bedreven.32

Wilt om de voorspoedt van de goddeloose.37 Wel hem die tegen een elendig man.41 Wat roemt gy u doch in het boose.52 Wanneer de Heere op sal staen.68 Wilt aen den Koning, Heere, geven.72 Waerom verstoot Gy, Heer, in eeuwigheydt?74 Wel aen, laet yeder een de Heere.105 Wilt lof aen d' Heer' besteden.107 Wel-salig is de man, die eere.112 Wilt Godt den Heere, roemen, loven.118 Wel-salig zijn sy, die oprecht'lick gaen.119 Wel-salig is den vromen.128

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Henrick Bruno · Poetry Cove