Skip to content
1656

Davids psalmen

Henrick Bruno

j. Pause. 6Zijn uw' verwoestingen vol-endt? Hebt gy mijn' steden nu geschendt, O vyandt, en om verr' gesmeten? Is haer' gedachtenis vergeten?

7De Heere sit in eeuwigheydt:

Hy heeft altijdt Sijn Throon bereydt, Om aller menschen doen en zeden Te rechten in rechtmatigheden.

8Hy is, die, wat op aerden woont, Gerecht'lick na verdiensten loont: Hy sal de volcken voor Hem stellen, En sal een billick vonnis vellen.

9De Heer sal zijn een hoog vertreck Voor den verdruckten, in gebreck; In noodt en in benauwde tijden Sal Hy haer troosten en bevrijden.

10Daeromme, die Uw' Name kent, Heeft sijne hoop na U gewendt, Dewijl Gy, Heer, die tot U smeecken, Niet laet in haer' ellende steecken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Henrick Bruno · Poetry Cove