Skip to content
1656

Davids psalmen

Henrick Bruno

ij. Pause. 11O volck van Zion, wilt den Heer Uw' Psalmen singen, t'Sijner eer. Verkondigt alle volck Sijn wercken; Leert yeder een Sijn doen bemercken.

12Hy soeckt de storters van het bloedt; Hy straft de man, die moorden doet; Hy sal der vrome mannen klachten Geensins vergeten, noch verachten.

13O Heere, siet genadig aen d'Ellend', die my is aengedaen, Gy die my uyt de poort der hellen En doodts verlost, en hoog wilt stellen.

14Op dat ick Uwen gantschen prijs In Zions dochters poorten wijs'; Op dat ick zy verheugt, om reden

Van Uwe goedertierentheden.

15't Boos volck is in de kolck geraeckt, Die 't had voor andere gemaeckt: Gevangen zijn des Heydens zoolen, In 't net, het welck hy had verschoolen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Henrick Bruno · Poetry Cove