Skip to content
1656

Davids psalmen

Henrick Bruno

I.

ICk sal U, Heere, met mijn mondt.9 Ick bouw' op mijnen Godt, op mijnen Heere.11 Ick sal U minnen, Godt en Heer almachtig.18 Ick stell' op U, mijn vast vertrouwen.31 Ick sal altijdt de Heer.34 Ick sprack; Ick sal bewaren en in acht.39 Iuycht Godt, gy volck der gantscher aerde.66 Ick steun' op Uw' getrouwigheden.71 Ick sal Godts goedigheydt lof-singen eeuwiglijck.89 't Is goedt, datmen de Heere.92 Ick sal van gunst en goedertierenheden.101 Ick sal de daden van de Heer.111 Ick hebbe lief, dewijl de Heere hoort.116 Ick hebbe Godt de Heer' gebeden.120 Ick heff' na bergen op mijn oog.121 Ick ben verblijdt, vol vrolickheydt.122 Ick heff' tot U, ô Heer, mijn' oogen-lidt.123 Ick stort tot U gebeden.130 Ick roep' U aen om hulp, ô Heere.141 Ick riep met mijn stemm' tot de Heer.142

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Henrick Bruno · Poetry Cove