Skip to content
1656

Davids psalmen

Henrick Bruno

j. Pause. 10Die d'Egyptenaren sloeg, En wat eerst-geboorte droeg: Want Sijn' goedertierenheydt

Is tot in der eeuwigheydt.

11Die heeft Israël geredt; Midden uyt hen vry-geset: Want Sijn' goedertierenheydt Is tot in der eeuwigheydt.

12Met een machtig stercke handt, Met een arm gestreckt op 't landt: Want Sijn' goedertierenheydt Is tot in der eeuwigheydt.

13Dien, die daer de biesen-zee Heeft gedeelt, in stucken snee: Want Sijn' goedertierenheydt Is tot in der eeuwigheydt.

14Die heeft Israël gebracht Door het midden van haer' macht: Want Sijn' goedertierenheydt

Is tot in der eeuwigheydt.

15Pharao met all' sijn volck Storte Hy in schelf-zees kolck: Want Sijn' goedertierenheydt Is tot in der eeuwigheydt.

16Die het volck, dat op Hem bouwt, Leyde door het woeste wouwt: Want Sijn' goedertierenheydt Is tot in der eeuwigheydt.

17Die de Koningen van macht Heeft geslagen, omgebracht: Want Sijn' goedertierenheydt Is tot in der eeuwigheydt.

18Die heeft Vorsten van geweldt Heerlick, treffelick, gevelt: Want Sijn' goedertierenheydt

Is tot in der eeuwigheydt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Henrick Bruno · Poetry Cove