Skip to content
1656

Davids psalmen

Henrick Bruno

Psalm. Cxxxj. Stem: 100. O Heere Godt, mijn hert in my Is niet verheft door hoovaerdy; Noch my is 't oog hoog; wandeling Had ick in geen te grooten ding.

2Soo ick mijn' ziel niet hebb' geset En stil gehouden na Uw' Wet! Soo yemandt my een ander vindt, Dan 't moederlick gespeende kindt!

3Mijn' ziel in my, en al mijn hert Is als een kindt, het welcke werdt Van sijne moeders borst gebracht, Gespeent, en 't all' van haer verwacht.

4Dat Godts volck, 't volck van Israël Haer hoop op Godt de Heeere stell'. Dat op Hem haer hoop zy geleydt,

Van nu aen, tot in eeuwigheydt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Henrick Bruno · Poetry Cove