Skip to content
1656

Davids psalmen

Henrick Bruno

iij. Pause. 12Gy, segg' ick, die den Heer' vreest, prijst den Heer'; En gy, all' Iacobs zaedt, doet Hem doch eer; All' 't zaedt van Israël, ontsiet u seer Sijn' eer te schenden. Want Hy heeft niet veracht, noch ging Sich wenden, Noch voor verdruckte mans druck en ellenden Verborg Hy 't aengesicht; tot roepens benden Is 't oor gedaelt.

13Van U sal zijn mijn'lof; Uw' eer' verhaelt In een' Gemeent', en mijn' geloft' betaelt In tegenwoordigheydt van all' die taelt Na Uwe paden. All' die sachtmoedig is, sult Gy versaden; All', die de Heere soeckt, prijst Sijne daden. Het eeuwig' leven geeft Hy, uyt genaden, U, t'Sijner eer.

14Hier door sal komen, dat sich tot de Heer Aendachtig yeder eyndt des aerdts bekeer: Elck' Heydensche geslacht sal meer en meer Aenbiddend' blijcke'. Want, siet, des Heeren is het Koninckrijcke: Hy heerscht by Heydens: daer is geen gelijcke In all' het aerdtsche volck: die Hem niet wijcke, Na sijne Wet.

15Sy sullen eten, die zijn rijck en vet, En bidden, en all' wat in 't stof sich set, All' wat sijn' ziel' niet houden kan, sal met Neêr-bucken beven. Haer zaedt sal sich in dienst van Hem begeven. Het sal van stamm' tot stamm' zijn aengeschreven. 't Sal toe-gereeckent zijn van all' die leven, En zijn verbreydt.

16Sy sullen komen; Sijn' gerechtigheydt Sal zijn verhaelt aen 't volck, en zijn geseydt, Aen die geboren wordt, en uyt-geleydt Sijn' Naem vol eere.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Henrick Bruno · Poetry Cove