Vierde Beede.
ONs dek-en-voedzel geev' tot wien het al moet komen,
Dat leeft en adem schept, om uyt uw volle stroomen
Te halen sijn gebrek: wy bidden niet om veel,
Maar dat uw Goetheit ons, wat nodig is, meê deel.
Terwijl de mensche doch alleenig niet zal leven
Van het Lichaamlijk brood, wil uw Genade geven
Van binnen in de Ziel, die 't Herte meerder sterk'
Als d'alderbeste spijs, of kostelijk reukwerk.