Seste Beede.
LEyd ons doch nimmer in verzoeking ten Quaade,
Door Satans loose trek, of die tot afval raaden;
Het eygen zondig hert, dat licht sich zelfs verraadt,
Genadelijk regeert, niet aan zich zelfs en laat.
De vyanden zijn veel, die ons gestaag aanvallen,
En wy, Heer, machteloos, weest Gy ons al in allen.