't Besluyt.
WAnt u is doch het Rijk, Gy zijt omgordt met kracht,
Die het heel al regeert met uytgestrekte macht.
In Majesteit, in Glants, volmaakt in Heerlykheden
Van Eeuwigheden tot in alle Eeuwigheden;
Dat grond geeft aan de Hoop, dat Gy verhooren sult,
En schoon Gy 't wat vertrekt, wy hebben doch gedult.
Beveelen 't U geheel als Kinderen al 't zamen
Van zulk een rijke God. Waar op wy seggen: AMEN.
Met wensch uw trouwe meer aan ons bevestigt wert;
En Gy ook AMEN segt in 't binnenst van ons hert.