I
In mijnen Geest moet ick verjubileeren78
Ick roepe tot u met hertelijke verlangen82
Ioannes sprack met woorden soet86
Ick heb een uyt-ghelesen88
In zonden ben ick ontfaen92
Ick moet in eenen Liedt94
In Israel was een Propheet98
Ick heb van jonghs ghehadt een vrunt102
Israel most de eerstelinghen105
Ick roep u o Hemelsche Vader aen108
Ick wil mijnen liefste singhen112