O
O Lieve menschen over al130
O eeuwig Godt van machten groot132
O grote God die woont in ‘s hemels troon137
O Heer laet eens u goetheyt blijcken138
Och Heere staet doch altijt in mijnen sinne142
O ghy die in Godt zijt ghebooren143
O Broeders laet ons met vrolijckheyt144
O Heer wilt my verhooren146
O Godt almachtigh Vader sijn149
Onsen Vader in Hemelrijck151
O Godt Vader wy loven u153
Och Broeders al te samen155
O Godt die onse Vader bist155