Skip to content
1683

De geestelijke goudschaele

Hendrik Rintjes

Stemme: Als ‘t begint. Dat doch de Heer zy ghemaeckt groot, Israels Godt zy ghepresen, Die sijn Volck heeft in anghst en noot, Besocht, en verlost uyt desen, En den hoorn des heyls op-gherecht, In ‘t huys van David sijnen knecht: Soo hy hadde te vooren, Door sijner heylighen Propheten mont, Wel voorseydt tot menigher stont, Den Vaderen van hem uytverkooren.

2. Dat wy souden wesen bevrijt Van der macht onser Vyanden, En los ghemaeckt zijn nu ter tijt Uyt der ongunstigher handen. Op dat hy toonde sijn goetheyt, Onsen Vaderen toe-gheseyt: Dat hy oock is ghedachtich, Sijns verbonts, en oock sijns eets voortaen Dien hy Abraham heeft ghedaen, Onsen Vader in ‘t gheloove krachtigh. 3. Dat wy vry zijnde van der hant, Der ghener die ons seer haten, Hem souden sonder vrees’ of schant Dienen, en sijn woort recht vaten. Gherechtighlijck en heylichlijck, Al ons leven ghewillichlijck, Daer toe zijnde gheneghen, En ghy mijn Soon, sult een Prophete zijn, Voor dat aensicht des Heeren mijn, Om voor hem te bereyden sijn weghen. 4. Dat ghy den volke vroech en spaet Sijn saligheyt meucht verkonden, De welcke insonderheyt bestaet, In cerghevingh’ sijner zonden. Door Gods goetheyt, die ons alleyn, Heeft als een Son uyt Oosten reyn, Besocht en niet vergheten: Op dat hyse mochte verlichten klaer, Die in de duyster schaduw’ swaer Des Doots, dus langhe hebben geseten. 5. Op dat hy ons voeten met vreucht End onse voet-paden mede, Richten mochte in aller deucht, Tot sijnen weghe in vrede.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De geestelijke goudschaele · Hendrik Rintjes · Poetry Cove