Skip to content
1683

De geestelijke goudschaele

Hendrik Rintjes

Stemme: Van den viij. Psalm Tot u, o Godt, ghenadich ende goedigPsa. 103. 11 So roepen wy van herten seer ootmoedig En bidden u seer hertlijck met aendachtPsal. 143.1 Siet neder Heer, neemt op ons smeken acht. 2. Voor u alleen belijden wy ons zonden, Die zijn seer groot en veelvoudich bevonden, Ons Tonghe kan niet noemen het ghetalPsal. 19. 13 Onser zonden ende misdaden al. 3. Van der Ieugt aen hebben wy u begevenGen. 8. 25 En verkoren een ydel zondigh leven, Wy verlieten seer vroech Heer uwen raet En voechden ons tot zond’ en alle quaet. 4. Des is ons ziel belast ende beladenMat. 21. 28 Met zonden groot en seer swaere misdaden Besmet, onreyn, gewont, en seer mismaekt In angst en noot, in schult en doot geraecktRom. 5.12 5. Daerom wy Heer met een herte verslagenPsal. 51. 19 Tot u roepen, hertlijck suchten en klaghen, Over onse weghen en wercken quaet,Luc. 18. 13 En bidden u Heere om dijn ghenaed’. 6. Want gy alleen zijt onsen Godt verheven Die misdaden en zonden meucht vergheven,Mat. 19. 17 Die onse schult en ongherechtigheyt Wechnemen kondt door u BarmhertigheytEph. 2. 4 7. Daerom, o Godt, met een ghemoet vol rouwenPsa. 34. 19

So bidden wy met een seer vast betrouwen, Psalm. 91. 2Op u goetheyt ende ghenade soet, Neemt weg ons schult en ons zonden uyt doet. Pause. 8. Gelijck een Vader hem plach te ontfarmen Psa. 103. 13Over sijn Kint, so wilt u Heer erbarmen Over onbs, en so wijt den Hemel staet Van der aerden, doet wech al ons misdaet. 9. Reynigt ons Heer seer barmhertigh bevonden. Psal. 51. 4Giet uyt Oly en Wijn in onse wonden, Luc. 10. 34Heelt onse ziel die deerlijck is ghewont, Suyvert ons gansch, en maekt ons heel gesont 10. Daer toe, o Godt, wilt ons u gaven gheven, Luc. 1. 70Om nu voortaen seer heylighlijck te leven, Luc. 6. 16Nae uwen wil, nae u woort ende wet In u weghen suyver en onbesmet. 11. Dan sullen wy met herten reyn en vierig Psa. 51. 13Uwen Name vriendelijck en goedertierigh Rom. 12. 14Beroemen seer, en loven met aendacht, Met ziel en geest, ende met ganscher macht. 12. U weldaden, u deughden, en genade, Pat. 2.9Die sullen wy verkonden vroegh en spade, Op dat alle Volcken groot ende kleyn U mochten, Heer, dienen en eeren reyn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De geestelijke goudschaele · Hendrik Rintjes · Poetry Cove