Stemme: Als ‘t begint
Och Heere staet doch altijt in mijne sinne,
Psal. 84. 3Mijn ziele verlanghet om by u te zijn,
Mijn hert wert ontbroken door u Minne,
Psal. 42. 3Och! wanneer sal ik komen voor u aenschijn?
2. Gy kleyne vergadering’ wilt niet vresen,
Luc. 12. 32Wie verwint sal de Kroone ontfaen.
Apoc. 2. 10Ick kome tot u, ick en laet u gheen wesen,
Ioa. 14. 18O mijn uyt-verkoren en wilt u niet verslaen.
3. Gy schoonste onder de kinderen der menschen,
Psalm. 45. 3Mijn ziele verlanget om by u te zijn,
Psalm. 8. 4Nae u zalicheyt moet ick altijdt wenschen,
Psalm. 42. 3Och! wanneer sal ik komen voor u aenschijn?
4. Staet op mijn vriendinne, wilt naeder komen,
Cant. 2. 13Wie verwint sal de Kroone ontfaen,
Apoc. 2. 10Mijn Bruyt, gy hebt my dat herte ontnomen
Cant. 4. 9O mijn uyt-verkoren, en wult u niet verslaen.
5. O Heere, komt doch tot mijner baten
Psal. 84. 3Mijn ziele verlanghet om by u te zijn,
Psalm. 18. 2Gy zijt mijn sterkheit, en wilt my niet v’laten,
Psalm. 42. 3Och! wanneer sal ik komen voor u aenschijn?
6. Ik ben uwen trooster, en wilt u niet vervaren
Esai. 51. 12Wie verwint, sal de Kroone ontfaen,
Apoc. 3. 10Ick sal u in ‘t vyer en water bewaren,
Esai. 43. 2O mijn uyt-verkoren en wilt u niet verslaen.
7. O Heer, hoe sal ick u te vollen gedancken
Mijn ziele verlanghet om by u te zijn,Psalm. 84. 3
O edel Wijn-stock lavet doch u Rancken,Ioan. 15. 1
Och! wanneer sal ik komen voor u aenschijn?Psalm. 42. 3