Skip to content
1590

Het oudt Huysken van Bethleem

Hendrik Coster

Op die vvijse, van een Ridder en een Meysken &c. Maria Moeder dinckt op my Want ick ben hier geuanghen Mijn vrienden mijn magen die laten my

En yeghelijck gaet sijn ganghen Dat ick dus moet verscheyden sijn Dat en rout my niet so seere Als dat haer die edel ziele mijn

Ghekeert heeft van onsen Heere. Och edel ziele bedinckt v wel En volcht den Gheest van binnen Blijft Godt ghetrou, al ist vleesch rebel

Hy salt v helpen verwinnen. Die werelt, die duyuel, en dat vleesch En allen mijns herten thoren Heeft die natuere al haren eesch

So blijft die siele verloren. Die God so vriendelijck heeft verlost Gheroepen wten sonden Keert v tot Godt, wat dat v cost

Hy sal v openen sijn wonden. Daer ghy in moghet worden ghesont En rusten in grooter vreden O edel ziel tot alder stont

Soeckt hier v salicheden. Hy en sal v niet begheuen Nv noch tot gheender stonden Nv troost v in Iesus minnelijck leuen

En in sijn diepe wonden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het oudt Huysken van Bethleem · Hendrik Coster · Poetry Cove