Stem: Granida Princesse.
IN het sachte bedde, socht ick op het legher
Mijnen vriend, dien mijne Ziel bemint:
'k Wou dat hy my redde, als een Liefde-plegher
Van mijn leedt, alsoo was ick gesint;
Maer wat ick socht, 'k en vandt de Liefste niet,
Dit was men Ziel een al te groot verdriet.
2.
'k Seyd' in mijn gedachten, sal ick my genoeghen
Met dien rust, dien 'tsachte bedde geeft?
Neen ick kan niet wachten, hoor deZiele soeghen
Van onlust, en sie hoe datse beeft.
'k dan opstaan, en op de strate gaen
Hem soeckende, maer 'twas om niet gedaen.
3.
d'Wachters en de ronde vonden my, ick seyde,
Hebt ghy oock, dien ick bemin, gesien?
Ick ginck, en hy stonde, als die my geleyde;
'kHield' hem, en liet hem niet hene vlien
Tot dat hy was van my in huys gebracht,
En ick ontfingh aldaer en nieuwe kracht.