Skip to content
1710

Den Vlaemschen papegaey

H. Vijfderley

(voys) Herders hy is geboren.

I. Dry Koningen uyt ’t Oosten Ghekomen in den stal By Iesum die hun troosten Sau in hun ongheval. Het soete Kintjen dorst, Het wierp hem aen de borst,

De Koningen dat klinckt Riepen, den Koningh drinckt. 2. De weerelijcke menschen Ververschen dees manier; Maer al, die Iesum wenschen Die roepen met plesier, Die roepen in den geest Op dese blijde feest: Siet onsen Koninck soet, Die drinckt in ons gemoet. 3. Siet Iesus wilt ons schincken Sijn heyligh Vleesch, en Bloedt, Om dat m’hem souden drincken, En hy in ons ghemoet. Drinckt Iesus dagh en nacht, Mijn jeught, en al mijn kracht, Ick ben voor u bereydt, Doet van my heel bescheyt. 4. G’hebt my u heel gegeven In’t Heyligh Sacrament Tot spijse van mijn leven, Zijt g’heel in my geprent. Schinckt soeten Koninck schijnckt. En dat mijn ziel u drinckt, Soo roepen wy, dat klinckt Viva den Konijnck drinckt. 5. Den Koninck schijnckt ons heden In’t heyligh Sacrament, Sijn Bloedt, en mensche leden, En sigh heel tot ons went. Viva, den Koninck Schijnckt Viva, den mensch hem drinckt

Viva, die schinckt sijn bloet, En drinckt in ons gemoedt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den Vlaemschen papegaey · H. Vijfderley · Poetry Cove