Skip to content
1660

Den gheestelycken Orpheus

Gaudentius Loemel

Stemme: O quam decora plusquam Aurora, &c. 1. O waere glori, o doodts victori!1. Cor. c. 15. Siet nu klimt op naer sHemels troon O vol gemacken, en sonder suchten! Brenght nu het licht de blijschap schoon, Nu hy is Verresen, die ons heeft genesen Des eeuwigh Vaders eenich Soon, Sterren wilt nu schijnen nacht wilt verdwijnen: Want nu den Hemel is ons loon.

2. De Hemelsche Gheesten, op dese feesten, Nu dalen neder met vreughde groot, De Son blijft schijnen, nacht koet verdwijnen, Nu open is de g’nade schoot, Sy ons verkonden tot alle stonden, Dat hy is verresen vander Doodt. De Hell’ moet wijcken, Sathan beswijcken; Want wy geholpen zijn uyt onsen noodt. 3. Loff zy den Vader, die ons te gader, Ioan. c. 3.Soo grootelijcx hier heeft bemint, Loff moet oock wesen altijdt gepresen Sijn Alderliefste eenich kindt, Loff zy oock mede den geest des vrede, Die ons in liefde ‘t samen bindt. Dus mensch wilt strijden in alle lijden 2. Tim. c. 2.Op dat ghy soo de Croone wint. Amen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den gheestelycken Orpheus · Gaudentius Loemel · Poetry Cove