Skip to content
1621

Geestigh liedt-boecxken

G.A. Bredero

Stem: Ick ly in 't hart pijn ongewoon. O Godt! stiert in mijn slechte siel, Doof van gedachten God'lijcke krachten,

En wilt my, die voor u Heer kniel, Noch oock mijn klachten, Doch niet verachten; V maecksel selfs bereydt tot bidden Heere! Dat ick met nederheyt V hooghe Majesteyt Eerbiedich eere.

2 O Heer! die voormaels hebt gesticht De Firmamenten, En groote tenten, Van 't Hemel-Hof, en 't lichte licht Dat uyt Orienten Na sijn ghewenten Soo triumphant verrijst, in den daegh'rade.

Mijn hardt u goetheyt prijst Die ghy so milt bewijst, Aen goed en quade.

3 Leert my u Lof-sangh Heer, met rijm Cierlijck op smocken, En wel gelocken: O Vader! die uyt bloet en slijm My hebt getrocken; Wilt doch verrocken Mijn harte van het boos, en sot verkiesen, Waer door wy Menschen broos So wilt als rueckeloos Ons heyl verliesen.

4 Ghy hebt ons Heer van water, vuyr, Van doot van leven

De keur gegeven. Maer laes! het oordeel valsch doet hier V schepsels sneven, Die 't quaet na streven. O wat bedroefder saeck! ist voor ons allen Dat wy om schijn-vermaeck; Soo menichmael, so vaeck In sonden vallen?

5 Van al, die op der Aerden-kloot, In sonden viellen: Noch noyt en hiellen V Wet, en wasser gheen soo snoot Als dese siele! Daer noch in kriele En grim'len bol en dick, veel qua gebreecken:

So dat ick Hier verschrick So menich reys als ick V aen wil spreecken.

6 Ick heb u werck te seer bemint; Och ick verkeerde! Ick af-goddeerde Met lust aen 't tijt'lijck goedt verblint, Dat ick begeerde, Ia prees en eerde Meer als mijn salicheyt, O blinde kennis! Die sonder onderscheyt Mijn willen hebt verleyt In alle schennis. G. A. BREDERODE. 't Kan verkeeren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Geestigh liedt-boecxken · G.A. Bredero · Poetry Cove