Skip to content
1621

Geestigh liedt-boecxken

G.A. Bredero

Stem: Engelsche Schoenlappertjen. Ghy weet mijn lief wie u bemint Met waer en reyne minne, Ick ben lichtvaerdich noch verblint, Wispeltuurich van sinnen, Mijn liefde groot, sal totter doot, So ghy my wilt, genadich sijn, Gestadich sijn, In vreuchden en in noot.

2 Geen winter kout, geen Somer hiet Geen reghen, wint noch donder, En konnen my beletten niet Mijn liefd (en ist niet wonder?) Mijn liefd' staet vast, in lust of last, Door kracht van mijn genegenheydt, Gene tegenheydt Heeft oyt mijn liefd' verrast.

3 De langhe wech mijn gewoone gangh Verdriet my niet met allen, Geen naer gekrijt en maeckt my bangh, Noch wat my mach voorvallen, In 't gevecht op straet, van boeven quaet, Mijn liefd' leert my sorchvuldich sijn

Gheduldich sijn, Met voorsicht en beraet.

4 Geen smert, geen druck en geen hartsweer, Geen nijdt of spijt, geen quellen, En konnen mijn dit lief begeer Niet uyt mijn hert ghestellen, Want dus ondieft, ben ick verlieft, Maer of dit langh sal blyven staen Of dryven gaen, Ick doe wat u belieft.

5 Wat dat u lust, dat lust oock mijn, Vereent so sijn ons willen: Ghy wilt dat ick gerust sal sijn En dese moeyten s[till]en,

En dat met reen, ick ben te vreen, So lief als mijn 't verwerven is Oock 't derven is, Ghy benter niet alleen.

6 Ick set mijn hart op een goe stee, Ick macher niet van praten: Also ghy wilt so wil ick mee Al wouw jy mijn verlaten, Of 'k u ontbeer, daer sijnder meer: Ay hout u dan so trotsjes niet, So schotsjes niet, Adieu ick kom niet weer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Geestigh liedt-boecxken · G.A. Bredero · Poetry Cove