Aan mijne moeder Vlaamsche melodie.
An- ders vond ik of zag ik u nooit, Dan den mond tot een lach- je ge- plooid; Zelfs in u- ren van smart en ver-
driet Lag ge- du- rig een har- te- lijk lied Op de lip- pen ge- reed u.
Vroolijk zijt gij en levendig steeds, Schoon nu wijd in de zeventig reeds; Rustig zingt gij in 't vroeg en in 't laat, Lustig klinkt er op wondere maat Nog uw deuntjen het huis door.
Zoo en weet en bedenk ik me nu Ook geen beter geschenkje voor u: Kleine liedjes van minne en geneugt, Melodietjes der kindsheid en jeugd, Lust mijns rijperen leeftijds.
INHOUDSTAFEL
Vlaanderen, o Vlaanderen 9
In Vlaanderen Vlaamsch 11
Mijne moedertaal 13
Aan die van Gent 15
Ons land 18
O lieve Scheldestad 21
Jan Breydel 23
Te Waterloo 26
Onze leus 28
De Franschen 31
Zooveel liedjes als er klinken 35
In het zonnige hoveken 38
Dijn! Mijn! 40
Waartoe dienen mij mijne oogen? 42
Moeder en kind 44
Wil ik u eens wat vertellen, meisje? 46
Miekens moeder 48
Een brave gezel, eene lieve maagd. 50
Het klooster 52
De meid van hierover 55
Orpheus 58
De laster 60
Trinet de marketentster 62
In den Hemel 65
Ach, wat heb ik hem misdreven? 67
Hij sprak van wonderlijke zaken 70
De monnik 72
Duo 74
Ach, Cupidootje 77
Laat het maar stormen 80
Beurtzang 82
Zoo gij vertrekt 85
Bekentenis 87
Zilveren bruiloft 89
Den vriende 91
De oude zangster 93
Margaretha's uitvaart 96
Onze meester 98
Op het kunstfeest te Antwerpen 100
De graaf van halfvasten 102
Onnoozelkinderdag 105
Het liedeken van de ton 109
Koffielied 116
Het liedeken van de hop 120
De appelaar 123
Strijdlied der Luikenaars 125
Dorenwijsheid 127
Een ditje of een datje 129
Storm op zee 131
O zeg ons, herderinne 134
Mijn schat is weg 138
Ringsken en roosken 140
Ze trokken gedrieën al over den Rijn 143
Het ledige stoeltje 145
Cookies on Poetry Cove