Skip to content
1693

Maes-Sluysche compas

Frank Metaal

Op de wijse: Adieu seer wel gelegen. O Menschen wilt niet dwalen, Van ’t Geestelijck Compas, Maer laet het in u stralen Als een blinckende glas, Dat noyt verdorven was. 2. Al om niet te verzeylen,

Op de Steen-klippen quaet, Weest neerstigh in het peyle, Op wat hooghte en graet, Dat gy wandelen gaet. 3. Want siet in dese werelt, Leggen veel uytzande, Die schoon schijnen beperelt, Met goe Havens en Ree, Doch baren niet dan wee. 4. Hier moet gy wel op letten, En naerstigh nemen acht, Wilt u Hucker niet setten, In dees Havens veracht, Maer weest beter bedacht. 5. En altijt by u sinnen,

Nuchteren ende goet, Om goe Reeden te vinnen, Gebruyckt uyt liefde soet, Gebeden met ootmoet. 6. Soo sal u Godt geleyen, Uyt de drooghte seer quaet, Wilt u tot hem bereyen, Den ruymen wegh niet gaet, Maer kiest de smalle paet. 7. Want daer zijn maer twee wegen, Een die tot ’t leven leyt, Den breeden is gelegen Tot seer groote droefheyt, En sal werden beschreyt. 8. Oorlof al te samen,

Menschen wie dat gy zijt, Wandelt in ’s Heeren Name, Met lust yver en vlijt, Neemt geen uytstel van tijdt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Maes-Sluysche compas · Frank Metaal · Poetry Cove