Stemme: Als 't begint. Of: Wonderlyk zyn de werken.
1.
GElooft sy God de Heere Dat Hoyer werd verwacht Om ons Maes-Sluys te leeren, Dat noodig is geacht
In Kuypers waerde stee, Daer wy hem wenschen Vree, Tot Ziel en Zaligheyd, Van hem, en die hy weyd. 2. Och Hoyer wilt doch Hope, Terwyl de Sonne schynt, Soekt harte te ontdopen, Eer 't goede weer verdwijnt, Men wacht al donker weer, Den dag en is niet veer Dat alles sal vergaen, En in de vlamme staen. 3. Denkt yder Predicasy Die gy nog komt te doen, Dat het is Godes grasy, Daerom weest op u hoen, Als of 't den laetsten was,
Brengt Dood en Hel te pas: Stelt voor het droef gequel Dat namaels wezen zel. 4. Wilt doch geen nieuwigheden Oyt brengen op de stoel, Maar uwe plaats bekleden, Na het oude gevoel Dat eerst is ingestelt? Wykt noit om gunst of geld, Dient u Meester oprecht, Als een getrouwen knecht. 5. Hebt doch acht op u leven, En op u leere zoet, Wilt recht noch slinker geve, 't Geen gy niet geven moet, Het pand u toevertrouwt, Doch wel ten degen houd, Zoo zult gy u behoen, En die u Leer na doen. 6. Wilt den mensch niet laten, Sijn goddeloos praten, Acht hy 't voor noloos praten, En blyft zijn harte stijf, Het zal u schult niet zijn Als hy moet in de vyn, Gy hebt u Siel bewaart, Als hy ter Helle vaart. 7. Soo gy dus uyt komt werken U plicht, door Godes las, Dan zal hy Hemels vlerken Aan u eens hegten vast, Wanneer gy na de dood, Sult rusten in den schoot, Van Vader Abraham, By 't onbevlekte Lam.
8. Die u daar zal vercieren Met een Hemelschen kroon, Daar al de Eng'len zwieren, Rondsom des vaders Troon, En roepen over luyt, Het Halleluja uyt, Driemaal, Heilig is God, Amen, dat is het slot.
Cookies on Poetry Cove