Skip to content
1735

Maas-Sluysse meeuwe-klagt,

Frank Metaal

Stem: Lest op een Pinxter soet. WAt zijn dog de best,

Wild my dit eens verkonden, Wanneer men is belaen, Met menigte van sonden, Wat kan ons best ontslaen, 2. De vrugten van Gods Geest, Die agt ik aldermeest, Verr' boven alle vrugten, Sy geven een gemoed, Dat somtijds swaer moet sugten, Veel troost in overvloed. 3. Als Natan, David sey, Sijn sonden tweederly, Om zyn gemoed te drucken: Indien hy dese vrugt, Niet hadde mogen plucken: 't Had eeuwig hem bedugt. 4. Doe Petro hadt versaeckt Sijn Heer, welck was volmaeckt, Hoe stont met hem geschapen? Den Satan stont gereet, Om met sijn felle wapen, Hem aen te doen groot leet. 5. Terstont quam dese Schat, Uyt het volmaeckte Vat, Soo overvloedig spruyten, Dat Petro die gevoelt, Weent bitter en gaet buyten, En wert daer door verkoelt. 6. Hoe meenig Martelaer, Heeft in sijn groot gevaer, Dees vrugt van God bekomen, Wanneer sy in haer pijn Verlieten al haer schroomen: Door dese Medicijn.

7. Wat dunkt u waerde vriend, Heeft u wel ooit gedient Een beter vrugt op aerden, Als dese Hepifonteyn, Die u gemoed bedaerden, Wanneer gy scheen alleyn. 8. Myn pen komt hier te kort, Dus dient het opgeschort, De vroomen zyn getuygen, Die dese vrugten soet, Als honing dikmaels suygen, In druk en tegenspoet. 9. Die dit dan heeft gesmaekt, 't Is nodig dat hy waekt, Om dien Schat te behouwen, Al raekt sy somtijds quyt, Wilt daerom niet wantrouwen, 't Is voor een korten tijdt. 10. Wech wech dan ydelheydt, Al dat in 't boose leydt En kan den mensch niet baten, Maer dese vrugten goed, Kunnen ons binnen laten, Daer's eeuwig vreugden voed. 11. Wilt in ons lieve Heer, Dees vruchten meer en meer, Doen wassen en doen groeyen En door u goeden Geest Besprengen en besproeyen, Tot in des Hemels Feest.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Maas-Sluysse meeuwe-klagt, · Frank Metaal · Poetry Cove