Op deze nieuwe Voys.
O Droevig Nederland! Hoe slecht is uwen stand, Gy stapelt hout tot brand, In deze laatste tyden: Veel spiegels voor u staan: Maar gy en schoud niet aan,
Wat God al heeft gedaan, Dat zal zwaar doen lijden. 2. Van d'eerste wereld af, Dat God de Sondvloed gaf Tot nu heeft hy seer straf De sondaers doen verdwynen: En gy en neemt geen acht, Hoe hy haar heeft geslacht, Dit zal u onverwagt, Eens deerelijk doen pijnen. 3. Indien gy niet bekeert, En aen een ander leerd, Soo sal God eens sijn sweerd Op u zoo scherrip wetten, Dat hy met eene snee, Den Menschen en het Ve, Doen smaken en sal veel wee, Of in een bloedbad setten. 4. Komt dan het is genoeg Denkt niet het is te vroeg: Want indien God u woeg, Te licht sou hy u vinden Gy met de ydelheid: In eene schaal geleid De waarheid dan gezeid
De Ydelheid sou 't winnen. 5. Kom kom ik ben ook een Van dit lighaam sijn leen: Laat ons dog algemeen Met God verzoening maken, Syn hand is opgeheft, Komt eer de slag ons treft, Door bidde vaste waken. 6. Dit is dat hy begeert Misschien sal dan sijn zweerd: Van ons werden gekeert Want hy is wel genegen, Wanneer berouw ontstaat En dat een ieder laat, Sijn voorbegane quaat Soo laet hem God bewegen, 7. Doe Ninive de stad Geheel in rouwe sad, Een ieder God aanbad: In zakken en in asse Sy hadden weynig tijd: Maar God die schol haer quyd Sy wierden al bevryd, En van sonden gewassen. 8. Wel dan geen beter raad: In onsen slegten graad Als ook met Rouw-gewaat Ons selven te kleden: Om voor Gods Majesteyt Gestaag te zijn bereid, Daar lustig uytgeschreyt Met vierige gebeden. 9. Dan sal God komen neer
Om al 't bedroefde weer: Te doen nemen sijn keer: De duysternis sal schaken, Laat ons maar wel toezien: Om al 't quaad te vlien, God vreese maar allien, In alle onse saken. 10. De dood sal ons geen dood Dan wesen in de nood: Al werden wy ontbloot Van 't tydelyke leeven: Een eeuwig erffenis, Daar 't leven altyd is, Dat sal God ons gewis Tot zaligheid dan geven.
Cookies on Poetry Cove