Skip to content
1658

Huys-gesangen

Franciscus Ridderus

Stemme: psalm 111. Den lof en prys gansch over al. 1. GEluckingh was het Abrahams zaedt, Gestelt van Godt in beter staet,

Als doe noch was de beste Heyden. Godt nam haer voor zijn eygen aen, En deed haer al verzegelt gaen, Om haer van andre af te scheyden.

2. Dit zegel was, besnijdenis: Waer voor de Doop nu by ons is. Het waeter merckt de Bondtgenooten.

Het water heeft geen eygen kracht, Maer 'twijst op Christi eygen macht, En op zijn bloet voor ons vergooten. 3.

Men doopt de kindren groot en kleen, Al gaet 'tgeloove niet voor heen, 'tVerbondt is oock voor kleyne kindren. Voor haer is Christi geest en bloet.

Schoon 'tkint het Christen werck niet doet. Men moet den zegen niet verhindren. 4. Mijn doop-Naem geeft my heylsaem licht:

Het maent my tot mijn Christen-plicht. En leert my alles te versaecken. Mijn doop naem is my tot een pandt Dat Christi gunst en liefde bandt

De Duyvel noyt en sal los maecken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Huys-gesangen · Franciscus Ridderus · Poetry Cove