Skip to content
1658

Huys-gesangen

Franciscus Ridderus

Stemme: psalm 103. Mijn ziele wilt &c. 1. 'tBEgin was nu van die 'tseventigh weecken: Van Daniel, die eyndlijck zijn verstreecken,

Wanneer de Heere Jesus is gedoot. Nu reysde Ezra, na zijn nedrigh vasten, Om 'tvolck den opbouw vorders te belasten, Noch hadden sy van haeters vry wat noot.

2. De Vorst Nehemias begon te treuren. Dat noch de stads meuren waren vol scheuren. Hy reysde selfs na Jerusalem heen.

Hy vond'ter die in 'twerck vry wat verflouwden. Hy maeckte datse weder dapper bouwden. Hy greep selfs aen de truffel en de steen. 3.

Schoon dat dit volck geweldigh was geslaegen: Noch hadden sy in grouwelen behaegen: Men leerde haer daerom op nieuws Gods wet. Sy mosten 'tvremde wijf en kindren laeten:

Men mocht geen lasten voeren langhs de straeten Als 'tSabbath was, of 'twiert terstont belet. 4. De Tempel wiert door 'tbouwen weer ontheylight

Des heeft de Vorst den Tempel weer geheylight: Hy gaf den woeckenaers een scherp verwijt Gods volck was nu weer in haer eyge wooningh. Doch niet onder 'tgebiedt van eygen Coningh.

Maer 'twachten was na des Messie tijt. 5.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Huys-gesangen · Franciscus Ridderus · Poetry Cove