Skip to content
1658

Huys-gesangen

Franciscus Ridderus

Stemme: psalm 12. Doet ons bystandt. 1. HEt Joodsche volck vergingh door veel ellenden Door pest en oorlogh en door dieren tijt,

Geen vrindt die haer als vrinden nu meer kenden: Doe spotte Moab en de Edomijt. 2. Daer bleven over weynigh arme lieden:

Gedalia was over haer het hooft. De Joode Ismael quam hem bespieden, En heeft die arme van haer rust berooft. 3.

Jer'mias most meed' na Egypten vluchten, Nebucadnezar hoort een hemelsch last. Hy most op 'tvelt onder de beesten suchten. Maer doch de boom bleef aen de wortel vast.

4. Beltsasar dronck met spot uyt Godes vaten: Sijn oordeel wiert geschreven aen de wandt. Hy most tot straf zijn scepter haest verlaten.

Darius wiert doe meester van het Landt. 5. Daniels hoogheyt heeft de nijdt ontsteecken, Men maeckt' beschuldingh over zijn gebedt.

De Leeuwen konden hem geen lidt verbreecken. Sijn haeters wierden selfs in't hol geset.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Huys-gesangen · Franciscus Ridderus · Poetry Cove