Skip to content
1658

Huys-gesangen

Franciscus Ridderus

Stemme: psalm 95. Komt laet ons blijd zijn in den Heer. 1. GOdt heeft den mensche in zijn wet, 'tVerbont des levens vast geset.

Dit was zijn woort: doet dat ten leven Doch niemant in't menschen geslacht Heeft 'twet verbondt alsoo volbracht, De wet kan ons geen leven geven.

2. Dit sagh Godt met erbarmingh aen: Hy liet ons nae de hel niet gaen. Hy woud' ons in den hemel stelle

Hy sprack: Gelooft en u bekeert, Soo wort ghy nimmer overheert, Van sonden, doot, of van de Helle. 3.

Dits 'tnieuw verbondt in Christi bloet, Die hier in Godes wille doet Sal seeckerlijck den hemel erven. Dits 'theyl voor Godes lievelingh

Dit maeckt een waere hemelingh Dit leyt ten leven nae het sterven. 4. Dit steunt niet op ons eygen kracht,

Maer op 'tgeen Jesus heeft volbracht: Dit is de wech voor Iood' en Heyden. Dit eyscht de plicht, en geeft de daet. Hier is 'tbegin, en eynd, genaed

Hier wortmen noyt van Godt gescheyden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Huys-gesangen · Franciscus Ridderus · Poetry Cove