Skip to content
1658

Huys-gesangen

Franciscus Ridderus

Stemme: De Lof-sangh Marie: Mijn ziel &c. 1. INdien ghy kinders teelt, Maeckt dat Gods heyligh beelt

Van jongs af haer verciere. Leydt yder tot zijn werk, Maeckt van u Huys een Kerck. Wilt Sabbath-daegen viere.

2. Souckt voor u huysgesin Geen boden om gewin, Maer die den Heere vreesen:

Maeckt dat u knecht, en kindt: U heyliglijck bemindt, Dan sult ghy zaeligh wesen. 3.

Ghy Kindren, volght de leer Van Vader, en geeft eer Aen Moeder: weest geduldigh, Als sy zijn oudt en zwack;

Geeft haer dan wat gemack: Denckt dat ghy dit zijt schuldigh. 4. Ghy Dienstboden, weest trouw,

Gehoorsaemt Heer en Vrouw, Wilt nimmer tegen streven. Bewaert u handt en mondt, Op dat ghy Gods verbondt,

Oock zalich moght beleven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Huys-gesangen · Franciscus Ridderus · Poetry Cove