Skip to content
1658

Huys-gesangen

Franciscus Ridderus

Stemme: psalm 103. Mijn ziele wilt den Heer &c. 1. GOds Israël trock vreughdigh uyt Egypten. Doe Pharo sagh dat 'tvolck hem soo ontslipten.

Soo trock hy haer gewapent achter aen. Godt gaf een wegh door 'trode Meyr: sy gingen Daer door: maer Pharo met zijn volck vergingen. En stracx dacht Amaleck haer weer te slaen.

2. Haer wech na Canan was door wildernissen Terstont begonden sy haer broot te misschen: Godt gaf haer Manna: 'twater was oock op.

De steen gaf waeter: doe quam Godt oock setten Voor Israel verscheyde nieuwe wetten. Door Moses dienst op Sinaas hooge top. 3.

'tVergeetigh volck begon een calf te eeren, Daer na soo bouwden sy het Huys des Heeren Voor offer vyer, en ander heyligh licht. Sy wierden graegh na vleesch: de Quacklen quamen

Die 'thongrigh volck begeerigh na haer namen. Doe kregen sy van Canaan 'tgesicht. 4. 'tLandt wiert verspiet: de tijdingh was verscheyden,

Dees murmureerden, en die bitter schreyden. En Coragh maeckte oproer onder 'tvolck: Doe quam haer vyer en boose slangen quellen: 'tOproerigh rot sonck levendigh ter hellen:

En Arons dienst bevestighde een wolck. 5.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Huys-gesangen · Franciscus Ridderus · Poetry Cove