Skip to content
1658

Huys-gesangen

Franciscus Ridderus

Stemme: psalm 24. De aerd is onses Gods voorwaer. 1. DE mensch treedt zijn slaep-kamer in: Maer meest met een verkeerden sin:

Mijn Godt; wilt my beter beraeden! Op dat ick daer u val te voet, En ondersouck 'thert en gemoet, Waer dat ick ben met sond' belaeden.

2. De mensch doorsouckt dan maer zijn staet Van 'thuys, en hoe't met 'tlichaem gaet. Mijn Godt; wilt my beter beraeden:

'tGewisse dient te zijn beprouft, En of de Geest niet is bedroeft En of Gods Toorn my niet sal schaeden. 3.

De mensch doorsouckt dan maer de wet, Die voor de Burgers is geset. Mijn Godt! wilt my beter beraeden: Op dat ick uwe wetten ken,

En sie waer dat ick schuldich ben. Ontlast my dan van alle quaden. 4. De mensch treedt vreughdigh tot zijn rust,

En souckt voor 'tvleesch een geyle lust: Mijn God! wilt my beter beraeden; Een goet gewisse my verheught: Ick souck in't bed geen grooter vreught:

Dit is de loon van goede daeden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.